Eerste Wereldoorlog

Uit WikiWeet

Ga naar:navigatie, zoeken
Fairytale bookmark.png Dit is een Hall of Fame artikel!
Bestand:Europa-1914g.jpg
Europa vóór de Eerste Wereldoorlog (1914)
Europa na de Eerste Wereldoorlog (1923)

De Eerste Wereldoorlog was een wereldwijde oorlog die duurde van 28 juli 1914 tot 11 november 1918. De oorlog werd vooral in Europa uitgevochten, maar ook enkele landen buiten Europa raakten erbij betrokken. Twee "partijen" vochten tegen elkaar. Aan de ene kant stonden de Geallieerden of - zoals men toen meestal zei - de "Entente": vooral het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Rusland (alleen aan het begin van de oorlog) en wat later ook Italië en de Verenigde Staten. Aan de andere kant stonden de "Centralen": Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije, destijds ook wel het Ottomaanse of Osmaanse Rijk genoemd.

In de oorlog kwamen meer dan negen miljoen mensen om het leven. Ook zorgde de oorlog voor grote politieke veranderingen in Europa. De oorlog werd daarom in het begin de "Grote Oorlog" genoemd. Later brak de Tweede Wereldoorlog uit, die nog veel groter en verwoestender was. De naam van de oorlog in 1914-1918 werd daarom veranderd in Eerste Wereldoorlog.

Inhoud

[bewerken] De oorzaken

Er zijn er vele, maar de belangrijkste waren de opkomst van Duitsland op het wereldtoneel, wat vooral door Engeland met lede ogen werd aangezien, en de betwiste Duitse provincie Elzas-Lotharingen op de grens van Duitsland en Frankrijk. Frankrijk had dit gebied in de loop der eeuwen stukje bij beetje opgepeuzeld, maar het was door Duitsland in een grote oorlog, die aan de Eerste Wereldoorlog voorafging, de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71, weer terugveroverd. Nu wilde Frankrijk het weer terughebben.

[bewerken] De aanleiding

Misschien dat de Wereldoorlog vroeg of laat wel was losgebarsten, maar de lont in het kruitvat was de moord op Franz Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije (destijds één groot land, veel groter dan Oostenrijk en Hongarije van nu samen), in Sarajevo, op 28 juni 1914. Die moord werd gepleegd door een Servische terrorist, een zekere Prinčip. Servië wilde gebieden van Oostenrijk-Hongarije bij Servië voegen tot één groot Zuid-Slavisch rijk (wat er uiteindelijk toch kwam na de Eerste Wereldoorlog). Franz Ferdinand had juist plannen om de bewoners van die gebieden meer zelfstandigheid toe te staan. Maar dan wel binnen Oostenrijk-Hongarije. En dat zinde Servië helemaal niet.

Oostenrijk (meestal werd Oostenrijk-Hongarije zo aangeduid) verklaarde op 28 juli 1914 aan Servië de oorlog, en dat was het sein voor een hele reeks oorlogsverklaringen van allerlei landen, die voor of tegen Oostenrijk of diens voornaamste bondgenoot, Duitsland waren. De Eerste Wereldoorlog kon beginnen!

[bewerken] 1914

Bestand:Duitse mobilisatie 1914.jpg
Duitse soldaten ontvangen hun eerste soldij bij de mobilisatie in 1914
Frankrijk en Duitsland loerden al jaren op elkaar en mocht het oorlog worden, dan hadden ze daar al plannen voor klaarliggen: Duitsland het Schlieffenplan (genoemd naar de generaal die het bedacht had) en Frankrijk Plan XVII (dat was 17de versie van een krijgsplan om Duitsland binnen te vallen). Dan had je Rusland, een bondgenoot van Engeland en Frankrijk en de grote vriend van Servië. Duitsland en Oostenrijk zaten dus aan twee kanten ingeklemd: in het westen door Frankrijk en Engeland (Engeland hoofdzakelijk vanwege zijn machtige vloot) en in het oosten door Rusland met zijn enorme leger.

Eerst was er dus de oorlogsverklaring van Oostenrijk aan Servië (28 juli 1914). Daarop mobiliseerde Serviëvriend Rusland, waarop Oostenrijks bondgenoot Duitsland, na enkele vergeefse waarschuwingen aan het adres van de Russen, Rusland de oorlog verklaarde (1 augustus 1914). Toen Frankrijk zich er ook mee ging bemoeien, verklaarde Duitsland ook aan dat land de oorlog (3 augustus 1914). Nu trad het Schlieffenplan in werking. Dat hield in, dat eerst alle krachten tegen Frankrijk moesten worden ingezet om daarna de Russen aan te pakken. Die hadden een log militair apparaat en tegen de tijd, dat ze klaar zouden zijn voor de strijd, was Frankrijk wel verslagen, zo meende men in Duitsland. En Duitsland viel Frankrijk aan met een enorme legermacht. Dat gebeurde via België, waarop Engeland Duitsland de oorlog verklaarde (4 augustus 1914). Hierna volgde nog oorlogsverklaring op oorlogsverklaring.

Maar de Russen waren eerder klaar voor de strijd dan verwacht en vielen het oosten van Duitsland binnen. De Duitsers moesten daardoor het Schlieffenplan aanpassen en onttrokken troepen aan het westfront om die in te zetten tegen de Russen in het oosten. Ze werden dus minder sterk in het westen en de opmars, die zo voortvarend verliep, dat ze al in Noord-Frankrijk waren aangekomen, begon te haperen. De Fransen, die zelf met hun Plan XVII in de richting van Duitsland waren opgerukt werden al snel teruggedreven, maar konden nu bij de Marne (een rivier in Noord-Frankrijk) in de beroemde "Slag aan de Marne" standhouden. De Duitsers werden teruggedrongen maar groeven zich bij de Aisne (ook een rivier daar in de buurt) in. Er ontstond een stellingenoorlog, de beruchte "loopgravenoorlog" waarbij de posities van beide partijen, die van de Fransen en de Britten (die inmiddels met een expeditieleger Het Kanaal waren overgestoken) tegenover die van de Duitsers, in de loop van de vier jaar die de Eerste Wereldoorlog zou duren, nauwelijks van plaats veranderden. Het front liep van de Zwitserse grens tot aan de Noordzee. Heel België was intussen door Duitsland bezet, behalve een klein stukje langs het riviertje de IJzer in het noordwesten. Daarin kwam de hele oorlog geen verandering.

Hoewel de Russen in het oosten een enorm overwicht hadden en de Duitse provincie Oostpruisen waren binnengetrokken, konden ze toch vrij eenvoudig worden tegengehouden en teruggeworpen door de Duitsers bij het stadje Tannenberg (21-31 augustus 1914) en bij de Mazoerische Meren (5-15 september 1914). Meer naar het zuiden had Oostenrijk-Hongarije het moeilijker. De Russen bezetten delen van Galicië (dat nu in Oekraine ligt) en de Oostenrijkers leden enorme verliezen, 250.000 doden en gewonden en 100.000 gevangenen op een totaal van 1 miljoen man. De Duitsers moesten bijspringen om de Russische opmars te stuiten en drongen zelf in Rusland binnen, het gedeelte dat nu Polen heet (Slag bij Lodz, 17 nov.-15 dec. 1914).

Hoe zat het nu met Servië? Je zou misschien denken dat zo'n klein land door het grote Oostenrijk direct onder de voet werd gelopen. Daar leek het eerst wel op, maar daarna werden de Oostenrijkers door de Serviërs weer verjaagd. Die stonden onder leiding van een oude, maar daarom niet minder bekwame ijzervreter, Putnik genaamd, die nota bene op het moment dat de oorlog uitbrak nog in Oostenrijk bubbelbaden nam omdat hij geteisterd werd door jicht en reuma. Hij was zelfs gevangengenomen door de Oostenrijkers omdat hij een gevaarlijke oorlogsmisdadiger zou zijn, maar de Oostenrijkse keizer, Franz Josef, die alom bekend stond om zijn teerhartigheid, kreeg medelijden en zei: "Laat die oude man maar gaan! Die kan geen kwaad!" Dat liep dus heel anders.

Inmiddels waren ook de Turken toegetreden tot het kamp van de "Centralen", doordat Duitsland ze twee oorlogsschepen cadeau had gedaan. Ook op zee werd er gevochten, vooral heel ver weg, bij Chili (Slag bij Coronel, 1 november 1914), Duitse overwinning op de Engelsen, en bij de Falkland-Eilanden aan de andere kant van Zuid-Amerika (8 december), Engelse overwinning op de Duitsers.

[bewerken] 1915

Bestand:Gallipoli 1915.jpg
Britse infanterie in de aanval tijdens de Dardanellen-operatie
Aan het westfront, in Noord-Frankrijk, lagen in de loopgraven twee miljoen Duitse militairen tegenover drie miljoen geallieerden. De Fransen vielen in Champagne (ten noordoosten van Parijs, ook wel de Champagne genoemd) aan om de Duitse bevoorrading af te snijden. Het leverde een terreinwinst op van enkele meters en een verlies van duizenden soldaten. Een Engelse aanval (10-13 mrt.) op Neuve-Chapelle liep uit op een bloedbad: 3000 gesneuvelde Britse soldaten per uur.

Op 22 april maakten de Duitsers bij het Belgische plaatsje Ieper, dat nog net in het stukje van België lag, dat ze niet onder controle hadden gekregen, voor het eerst aan het westelijke front gebruik van gifgas. Bij die Slag om Ieper (het was al de tweede daar, 22 april - 25 mei 1915) verloren de geallieerden 75.000 man, de Duitsers meer dan 100.000. Ieper zelf werd niet veroverd door de Duitsers. Ook bij Arras (mei 1915) werd zwaar gevochten. De Fransen slaagden er maar niet in om de heuvelrug van Vimy te veroveren, en konden slechts een tijdelijke bres slaan in de voorste Duitse linie.

In Artois verloren de Britten bij Loos 60.000 man maar vorderden geen centimeter. Het betekende het ontslag van de Engelse bevelvoerder French die door Douglas Haig werd vervangen. In Champagne, ten westen van Verdun, werd de Franse aanval ingeluid door een driedaags bombardement met 2500 kanonnen. Het resultaat stond in geen verhouding tot de verliezen: de Fransen verloren 150.000, de Duitsers 100.000 man. Eind 1915 bedroegen de totale geallieerde verliezen in het westen ongeveer 1.550.000 man, die van de Duitsers rond 600.000.

Aan het zuidelijke deel van het oostfront maakten de Oostenrijkers, versterkt met grote Duitse legergroepen, weinig vorderingen. 22 maart 1915 capituleerde de Oostenrijkse vesting Przemyśl met 100.000 man voor de Russen na viereneenhalve maand te zijn uitgehongerd. In het noorden gebruikte Hindenburg, de oude Duitse bevelhebber, die al met pensioen was toen de oorlog in 1914 uitbrak maar die nu weer in actieve dienst was en de "held van Tannenberg" was geworden, verse krachten voor een hergroepering. Zijn doel was de vernietiging van het Russische leger, dat voor de grens van Oost-Pruisen lag, en het afsnijden van de Russische verbindingen met Warschau, de hoofdstad van Russisch Polen. Een Duitse afleidingsaanval (31 jan.) met gifgas (voor het eerst in deze oorlog) bij de Poolse stad Bolimow moest de Duitse troepenbewegingen voor de Russen verborgen houden en had succes: in de Winterslag in de Mazoeren (4-22 febr.) leden de Russen opnieuw een zware nederlaag (verlies: 200.000 man). Maar de Russen leken wel over onuitputtelijke reserves te beschikken, en waren nooit definitief verslagen, terwijl het Oostenrijkse leger in het zuiden op het punt van instorten stond.

Een Duits leger was onder dekking van de gifgasaanval bij Ieper (22 apr.) naar het oosten verplaatst om samen met de Oostenrijkers het zuidelijk deel van het front te versterken en de Russen hier terug te dringen. Op 3 juni werd Przemyś heroverd en eind juni was ook Lemberg weer in Oostenrijkse hand. Het front schoof in steeds sneller tempo naar het oosten op; Warschau viel 5 augustus. In het noorden veroverde Hindenburg Wilna (Vilnius) en trok verder in de richting van Riga. Eind september 1915 maakten de Centralen pas op de plaats; Galicië was heroverd en de Russische bedreiging van Hongarije was weggenomen.

Op 23 mei 1915 verklaarde Italië een van zijn vroegere bondgenoten, Oostenrijk de oorlog. Italië bracht een miljoen man op de been. Maar de Oostenrijkers hadden het terreinvoordeel: de onneembare Alpen. En ze hadden al ontelbare grensversterkingen aangelegd omdat ze de Italianen toch al nooit vertrouwd hadden. De oorlog speelde zich hoofdzakelijk af in het gebied langs de Isonzo (rivier in het huidige Slowenië), waar slag op slag werd geleverd, uiteindelijk wel twaalf in getal. In 1915 werden de eerste vier daarvan uitgevochten. De Italiaanse winst was gering; de verliezen enorm, alleen al in 1915 250.000 man.

Had Servië zich in 1914 de Oostenrijkers nog van het lijf weten te houden, in 1915 bezweek het onder een gezamenlijke Duits-Oostenrijkse aanval, waaraan ook de nieuwe bondgenoot Bulgarije deelnam. De Servische hoofdstad Belgrado viel op 9 oktober 1915.

Een Engels plan om een doortocht door de Dardanellen te forceren en door te stoten naar de Turkse hoofdstad Konstantinopel (het tegenwoordige Istanbul) liep na een jaar, ondanks verwoede pogingen van Britten en Fransen en de inzet van een Brits expeditieleger, uit op een smadelijke aftocht van de Entente-troepen. Het verliescijfer van de 489.000 geallieerde militairen die erbij betrokken waren, bedroeg 250.000, van de 500.000 Turkse verdedigers evenveel.

In Mesopotamië ( = ongeveer het huidige Irak, destijds een deel van het Turkse Rijk) bevond zich een Britse strijdmacht om de oliebronnen bij de Perzische Golf te beschermen. Uit Basra rukten de Britten op naar Bagdad, maar werden ten zuiden van deze stad bij Ctesiphon (22-26 nov. 1915) door een uit Turken, Koerden en Arabieren bestaand, door de Duitse generaal (en Turkse pasja) Colmar von der Goltz geleid leger verslagen en bij Koet-el-Amara ingesloten.

Op 24 januari 1915 vond de Slag bij de Doggersbank plaats tussen Engelse en Duitse slagkruisers waarbij de Duitse kruiser Blücher verging. Op 7 mei torpedeerde de Duitse onderzeeboot U 20 in de Ierse Zee het Engelse passagiersschip "Lusitania". Daarbij kwamen ook Amerikanen om. De Duitsers beperkten daarom (voorlopig) de inzet van onderzeeboten om te voorkomen dat de Verenigde Staten zich bij het geallieerde kamp aansloot.

[bewerken] 1916

Bestand:Loopgraaf bij de Somme, 1916.jpg
Een Britse loopgraaf bij de Somme, 1916
1916 was het jaar van twee van de grootste en bloedigste veldslagen – bij Verdun en aan de Somme - en van de grootste zeeslag – Skagerrak/Jutland - uit de geschiedenis.

Op 21 februari 1916 begonnen de Duitsers hun offensief bij Verdun, ingeleid door een zwaar bombardement dat zijn weerga niet kende. Maar de opmars vorderde te traag. De Fransen trokken terug op de Maas en organiseerden daar, geleid door generaal Pétain hun verdediging. Op 6 maart volgde een nieuw Duits offensief. Maar de Fransen hielden stand, tot het Duitse offensief in juni afnam en gingen tot de tegenaanval over. Tot in de herfst werd doorgevochten. Maar een winnaar of verliezer was er niet. Hoewel … de Fransen verloren 460.000 man, de Duitsers 280.000.

Het geallieerde offensief aan de Somme begon 24 juni 1916. De Fransen drongen ten zuiden van de Somme de Duitse stellingen binnen; in het noorden vielen de Engelsen aan. De strijd golfde op en neer. De geallieerden zetten de eerste tanks in. Tot in november gingen de gevechten door. Ook hier was de uitslag onbeslist. De geallieerden verloren een half miljoen man en verschoten 80 miljoen granaten. Het resultaat: de Duitse linies werden maximaal 18 km teruggedrongen. De Duitse verliezen waren ongeveer even groot.

De geallieerde verliezen aan het westelijk front bedroegen over het hele jaar 1916 ca. 1,2 miljoen man en van de Duitsers 800.000.

Aan het oostfront wogen verliezen en overwinningen tegen elkaar op. De Russen verloren aan het Narotsjmeer in Litouwen maar verrasten de Oostenrijkers met hun offensief geleid door generaal Broessilov bij Luzk in Zuid-Polen in juni 1916. De Oostenrijks-Hongaarse monarchie wankelde opnieuw en niet alleen door de verliezen op het slagveld. Grote groepen uit Slavische minderheden bestaande Oostenrijks-Hongaarse eenheden deserteerden of liepen over naar de etnisch verwante Russen. Maar bij Lemberg hielden de Centrale troepen stand. De gevechten duurden voort tot in augustus 1916.

Aangemoedigd door het Russische succes trok ook Roemenië ten strijde en verklaarde Oostenrijk-Hongarije op 27 augustus 1916 de oorlog. Maar het werd een drama voor de Roemenen. Met de val van de Roemeense hoofdstad Boekarest op 6 december 1916 kwam het einde. De Roemenen verloren het grootste deel van hun tussen 300.000 en 400.000 man tellende leger.

Ook op de Balkan vonden gevechten plaats tussen de geallieerde troepen, die van uit Saloniki in Griekenland opereerden en troepen van de Centrale Mogendheden. Eind 1916 kwam het front, dat dwars door de Balkan liep van Albanië tot aan de Egeïsche Zee, tot rust. Ook aan de Isonzo flakkerde van tijd tot tijd het vuur op tussen Italianen en Oostenrijkers, met doorgaans dubbele verliezen van de Italianen. Geen van beide partijen kon echter een beslissing forceren.

Op zee vond 31 mei/1 juni 1916 de grootste zeeslag uit de geschiedenis plaats, de Slag voor het Skagerrak of, zoals men in Engeland zegt, de Slag bij Jutland, een zeegevecht tussen de vrijwel complete Britse en Duitse oorlogsvloten. Het gebulder van de enorme kanons was tot in Nederland hoorbaar. De Duitsers brachten de oppermachtige Britten grotere schade toe dan omgekeerd, maar het hielp hen niets; de Engelse blokkade werd niet doorbroken en de Britten bleven als vanouds over de golven heersen. Na "Jutland" gingen de Duitsers steeds meer over tot een onbeperkte onderzeebootoorlog.

Op 29 april 1916 gaven de Britten, die in Koet-el-Amara in Mesopotamië door de Turken waren ingesloten, zich na een beleg van vijf maanden over. Pogingen hen te ontzetten, mislukten. Nadat de Britten ten opzichte van de Turken een numerieke meerderheid hadden, begonnen ze, evenals in 1915, een opmars naar Bagdad.

In Afrika ondernamen 20.000 man Britse troepen een aanval op de Duitse kolonie Duits Oost-Afrika (het huidige Tanzania) die door 15.000 man (commandant Paul von Lettow-Vorbeck) hardnekkig werd verdedigd. Tegen het eind van het jaar hadden de Britten de voornaamste verbindingen en de zeehaven Daressalam in handen.

[bewerken] 1917

Passchendaele vóór en na de Derde Slag bij Ieper
Begin 1917 konden de geallieerden vier miljoen soldaten in het veld brengen, vooral door de massale aanvoer van troepen uit de Franse koloniën in Afrika en door het invoeren van de algemene dienstplicht in Engeland. Het in de Sommeslag verzwakte Duitsland kon daar slechts 2½ miljoen soldaten tegenoverstellen. Daarbij kwam nog, dat de Verenigde Staten op 6 april 1917 aan Duitsland de oorlog had verklaard, maar dat leidde nog niet tot een daadwerkelijke deelname van de Amerikanen aan de oorlog.

Op 16 april begon het grote Franse offensief aan de Aisne, ook Nivelle-offensief genoemd, naar de Franse opperbevelhebber die het allemaal bedacht had. Liefst vier Franse legers namen er aan deel. De ijdele Nivelle was ervan overtuigd dat de oorlog nu beslist ging worden, en vertelde overal rond wat aanstaande was. Zo raakten zijn plannen ook bij de Duitsers bekend, zodat die zich hadden kunnen voorbereiden. De Fransen vuurden 10 miljoen granaten af op de Duitse stellingen. Vooral de gevechten om de Chemin-des-Dames, een heuvelrij langs de Aisne, waren in bloed gedrenkt, maar de verhoopte doorbraak bleef uit. De Franse aanval, die op het laatst meer op een wanhoopsoffensief leek, werd ten slotte op 9 mei afgebroken. Volgens de meeste schattingen bedroegen de Franse verliezen ongeveer 160.000 man, die van de Duitsers 80.000. Het eindeloze bloedvergieten had het vertrouwen van de Franse soldaten in de overwinning aangetast en ze sloegen massaal aan het muiten. Nivelle werd ontslagen en opgevolgd door de populaire Pétain, de "held van Verdun". Die legde zijn oor te luisteren bij zijn "poilus", had begrip voor hun klachten. Nadat de rust was hersteld, en 50 oproerkraaiers waren geëxecuteerd, kon de oorlog worden hervat.

Op 7 juni 1917 begon een groot Brits offensief in Vlaanderen. Op die dag werd de heuvelrug van Mesen/Wytschaete veroverd door mijnen te laten exploderen in tunnels, die onder de Duitse stellingen waren gegraven. De eigenlijke slag in Vlaanderen, de derde bij Ieper, een van de grootste uit de Wereldoorlog, begon pas 22 juli. De Britten vielen aan met 18 divisies. Pas op 6 november gelukte het de Canadezen de heuvelrug van Passchendaele te bezetten, wat het einde van de gevechten inluidde. Maar ook nu lukte het niet om de Duitse stellingen te doorbreken. De geallieerde verliezen worden geraamd op 400.000, die van de Duitsers ongeveer half zo veel.

De Februarirevolutie van 1917 in Rusland maakte een eind aan het bewind van de Russische tsaar. Een "voorlopige regering" trad aan, die de strijd nog wel hervatte, maar door de chaos in het leger ontbrak iedere discipline. Bij het eerste het beste tegenoffensief van Duitse troepen in Galicië stortte het hele Russische front in. In het noorden trokken de Duitsers Riga binnen (3 sept.) en bedreigden St. Petersburg. Rusland stortte nu ook als staat in, de Oktoberrevolutie brak uit en de bolsjewieken Lenin en Trotski grepen de macht. Ze openden gesprekken met de Centralen om de oorlog te beëindigen. Op 14 dec. 1917 werd een wapenstilstand van kracht en op 3 mrt. 1918 kwam de Vrede van Brest-Litovsk tot stand. De oorlog in het oosten was geëindigd.

Bij de Isonzo vonden de laatste drie van de in totaal twaalf veldslagen plaats, waarvan de laatste, bij Caporetto, voor de Italianen in een catastrofe eindigde: 250.000 krijgsgevangenen en 50.000 gesneuvelden, de grootste ramp in de Italiaanse krijgsgeschiedenis.

In Mesopotamië werd Bagdad op 11 maart 1917 door de Britten op de Turken veroverd.

De hervatting door de Duitsers van de onbeperkte onderzeebootoorlog op 1 febr. 1917 leek voor de geallieerden op een ramp uit te lopen. Als de verliezen in hetzelfde tempo zouden doorgaan, zou bevoorrading van de troepen tegen het eind van het jaar niet meer mogelijk zijn. Door de schepen is konvooien te laten varen, geëscorteerd door oorlogsschepen, konden de geallieerden dit voorkomen.

[bewerken] 1918

Het oorlogsmonument bij Verdun
Bij het aanbreken van de lente op 21 maart 1918 begon in Frankrijk een enorm Duits offensief. In de Engelstalige literatuur wordt het meestal met het Duitse woord 'Kaiserschlacht' aangeduid. De Duitsers zelf houden het op de Grote Slag in Frankrijk. Ze wilden in een uiterste inspanning alsnog de oorlog in hun voordeel beslissen voordat de Amerikanen voor een overwicht konden zorgen. Langs de rivier de Somme hadden de Duitsers drie keer zoveel soldaten als de Britten. Daar lag aanvankelijk het zwaartepunt van hun offensief, dat opende over een 70 km breed front tussen Arras en La Fère. In slechts vier dagen tijd veroverden ze 27 km en was Péronne, een jaar eerder door hen ontruimd, weer in hun bezit en bedreigden ze Amiens. Er werd gebruik gemaakt van langeafstandskanonnen met een bereik van 100-120 km die Parijs met 20 cm-granaten beschoten om het moreel van de bevolking te breken. Op 23 maart ontplofte het eerste projectiel vlak bij het Gare de l'Est in Parijs; de drie dagen daarna werden er nog een honderdtal afgevuurd. De beschietingen hielden pas op toen het Duitse offensief stokte.

Het Britse 5de leger was zo goed als vernietigd, en onenigheid tussen de Fransen en de Engelsen over de inzet van reserves verhinderde een gecoördineerde verdediging. De ruzie werd ten slotte beëindigd door de benoeming van de latere maarschalk Foch als coördinator en later opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten. Door op het laatste moment alle beschikbare reserves in te zetten kwam de Duitse opmars op 5 april, 10 km voor Amiens tot stilstand. De Duitsers waren over een 75 km breed front 60 km opgerukt. De Britten hadden 160.000 man verloren; de Fransen meer dan 200.000. Maar de Brits-Franse eenheid was hersteld.

Op 9 april volgde de tweede Duitse aanval, ditmaal bij Armentières tussen Warneton en La Bassée over een 40 km breed front door 85 divisies in de richting van de Kanaalkust. De aanval liep dood aan de voet van de Vlaamse heuvels op het bezit waarvan alles aankwam. Alleen de Kemmelberg werd op 25 april veroverd. Ook Ieper bleef in Britse handen. Om de aandacht van de tegenstander af te leiden deden de Duitsers een aanval op de Chemin-des-Dames tussen Soissons en Reims. De verraste geallieerden werden op 27 mei tot aan de Vesle en in de daarop volgende dagen tot aan de Marne teruggedrongen. Maar Reims en de verdediging bij Compiègne – Villers – Cotterêts hielden stand.

De geallieerden bleven ondanks alles echter geloof in de eindoverwinning houden. Foch kreeg altijd gelegenheid, om zijn reserves in te zetten. Omdat het Britse front nog te sterk was om een grote aanval op Vlaanderen te wagen, besloten de Duitsers de afleidingsaanval aan twee kanten van Reims te herhalen. Maar de geallieerden kwamen er vroegtijdig achter en trokken hun troepen uit de voorste linie terug. De Duitse aanval van 15 juli stiet daardoor eerst op een leeg terrein en vervolgens op een versterkte afweer. Het gelukte de Duitsers alleen de Marne over te steken. Ze braken de slag af en wilden nu direct overgaan tot voorbereiding van de hoofdaanval op Vlaanderen. Maar onverwacht voerde het reserveleger van Foch met 321 tanks bij Villers – Cotterêts een flankaanval uit op het door een griepepidemie aangetaste Duitse leger en de Duitsers moesten de voorgenomen aanval op Vlaanderen afbreken. Reeds begin augustus 1918 waren de verliezen van de helft van 10 divisies zo hoog, dat ze niet meer konden worden aangevuld, terwijl de geallieerden er maandelijks 250.000 Amerikanen bijkregen.

Op 8 augustus al volgde de tweede tegenaanval van Fransen en Britten, nu tussen Ancre en Avre. Door de massale inzet van tankeenheden, waar de Duitsers niets passends tegenover konden stellen, werden zeven Duitse divisies volledig vernietigd. Dit was de dag waarop de oorlog door de Duitsers werd verloren. Een vredesvoorstel van Duitse zijde, dat in het Duitse hoofdkwartier in Spa was voorbereid, was zinloos geworden evenals bemiddelingspogingen door neutrale staten.

In een reeks ononderbroken aanvallen drongen de geallieerden de Duitsers in een maand terug naar de Hindenburglinie (8 sept.), naar Chauny, Bapaume en Albert (21 aug.) en naar de linie Arras-Cambrai (2 sept.). Op 12 sept. viel het Amerikaanse leger de vooruitgeschoven Duitse stelling bij St.-Mihiel aan, nog voordat de ontruiming daarvan geheel had plaatsgevonden.

Eind september begon Foch een groot offensief tussen de Maas en de zee. De Duitsers werden langzaam maar zeker steeds verder teruggedrongen. Ze besloten op 28 sept. de geallieerden een vredesvoorstel te doen op basis van het door de Amerikaanse president Wilson begin 1918 geschreven Veertienpuntenplan. Maar daarover ontstond in Duitsland een regeringscrisis. Op 4 oktober ten slotte werd het Duitse vredesvoorstel door de Duitse rijkskanselier, Prins Max van Baden, aan Wilson toegezonden.

Intussen ging de strijd aan het westelijke front gewoon door. De Duitsers trokken zich terug van de Vlaamse kust naar de Leie en van de Hindenburglinie naar de linie Tournai-Rethel-Verdun en van daar uit op 4 nov. verder naar de linie tussen Antwerpen en de Maas. De notawisseling tussen Wilson en de Duitse regering maakte al snel duidelijk dat aan de wapenstilstand zeer zware eisen verbonden werden: de Duitse keizer, Wilhelm II, moest uit al zijn functies worden ontheven, de wetgeving moest worden veranderd en de onderzeebootoorlog moest worden stopgezet. Foch verzette zich tegen een wapenstilstand omdat hij van een Amerikaanse aanval bij Metz, die 12 nov. zou plaatsvinden, alsnog de ineenstorting van het Duitse front verwachtte. Maar de toestand was op politiek en economisch terrein in Duitsland al zo hopeloos, dat de wapenstilstand onvoorwaardelijk ondertekend moest worden. En dat gebeurde in een treinwagon in de plaats Compiègne, zo'n 60 km ten noordoosten van Parijs, om 11 uur 's morgens op 11 november 1918. De kanonnen aan het westelijk front zwegen definitief.

Op 15 juni 1918 begonnen de Oostenrijkers een offensief vanuit Trient en langs de Piave om de spoorwegknooppunten Verona, Vicenza en Padua in handen te krijgen. Ze maakten wat onbeduidende vorderingen, maar werden door de Italianen, die werden aangemoedigd door het verloop van de strijd in Frankrijk en versterkt waren met drie Britse en twee Franse divisies en met een regiment Amerikanen, vanaf 24 oktober teruggedrongen. Bovendien moesten de Oostenrijkers vechten tegen deserteurs; zo hadden de Italianen ook een Tsjechisch regiment in hun gelederen. Britse en Franse stoottroepen vestigden bruggenhoofden langs de Piave. De slag bij Vittorio Veneto (28-30 okt. 1918), die hierna werd geleverd, liep op een ordeloze terugtocht van de Oostenrijkers uit. Het front stortte geheel in en de Italianen drongen door tot ver achter de Isonzo. Op 4 november werd een wapenstilstand gesloten.

Op 15 september 1918 brak het Bulgaarse front in Macedonië onder een aanval van het inmiddels tot 550.000 man aangegroeide geallieerde leger. De Bulgaren, toch 430.000 man sterk maar gedemoraliseerd, hadden al besloten niet langer dan deze dag, precies drie jaar na de Bulgaarse mobilisatie, door te vechten. Al op 29 sept. sloten zij een afzonderlijke wapenstilstand, terwijl de geallieerden via Nisj tot aan de Hongaarse grens opdrongen.

Op 19 september 1918 was het ook gedaan met de Turkse tegenstand. In Palestina werden de Turken door de Britten tot de terugtocht gedwongen. Een terugtocht via Damascus en Aleppo (26 okt.), die veel weg had van een vlucht, volgde. Daarop stortte ook het front in Mesopotamië, dat van alle verbindingen werd afgesneden, in. Op 30 okt. 1918 werd door Turkije een afzonderlijke wapenstilstand aan boord van een Brits slagschip in de Baai van Mudros gesloten.

In de laatste Duitse kolonie, Duits Oost-Afrika, legde de commandant van het Duitse koloniale leger, Paul von Lettow-Vorbeck op 15 nov. 1918 de wapens neer als gevolg van de wapenstilstand in Europa. Maar hij had zich nooit overgegeven en – dat was al helemaal bijzonder – was ook niet in de steek gelaten door de inboorlingen die het merendeel van zijn kleine legermacht vormden.

De Eerste Wereldoorlog was definitief geëindigd.

[bewerken] De vredesverdragen

Na de Eerste Wereldoorlog oorlog werden door de overwinnaars (Engeland, Frankrijk, Amerika en Italië) vredesverdragen gedicteerd ( = opgelegd) aan de verliezers (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Turkije en Bulgarije). Gedicteerd, omdat de verliezers geen enkele inspraak hadden. Onder het dreigement hun land te bezetten (bij Duitsland en Turkije was dat trouwens al voor een deel gebeurd) werden de verliezers gedwongen de verdragen te ondertekenen. In de verdragen stond, dat ze gebied moesten afstaan en een oorlogsschatting (een soort schadevergoeding) moesten betalen. Maar de meeste landen waren tot dat laatste niet in staat en Duitsland ging er bijna aan failliet.

Het bekendste verdrag was dat van Versailles van de geallieerden met Duitsland. Met de andere landen werden soortgelijke verdragen gesloten. Met Oostenrijk-Hongarije zelfs twee, want Oostenrijk en Hongarije werden na de oorlog gescheiden en verloren bij de verdragen, die met elk land afzonderlijk waren overeengekomen, ongeveer driekwart van hun vooroorlogse oppervlakte. Van dat gebied werden nieuwe staten gevormd: Tsjechoslowakije, Polen en Zuid-Slavië, terwijl Roemenië en Italië ook nog brokken toegeschoven kregen. Oostenrijk-Hongarije, voor de oorlog het op één na grootste land van Europa, had daarmee opgehouden te bestaan. Van dat land resteerden nog maar twee kleine staten: de bergstaat Oostenrijk met een naar verhouding veel te grote hoofdstad, Wenen, en Hongarije, ergens middenin de poesta.

[bewerken] Literatuur

Literatuur wil in dit geval zeggen: boeken over een bepaald onderwerp. De literatuur over de Eerste Wereldoorlog is meestal in het Engels geschreven vanuit het standpunt van de overwinnaar, en dus meestal verre van objectief ( = onpartijdig). In die boeken zijn de overwinnaars vaak (overigens niet altijd) van nobele idealen bezield, terwijl er van de verliezers nagenoeg niets deugt. In het Nederlands is er een uitgebreide boekenreeks verschenen, die zonder direct partij te kiezen verslag doet van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog: R.L. Schuursma e.a.: 14-18. De Eerste Wereldoorlog (uitgever Amsterdam Boek b.v. in Amsterdam), in 5 verzamelbanden maar ook in 10 delen. De reeks is alleen nog tweedehands verkrijgbaar, maar wordt nog vaak op internet aangeboden. Aanbevolen!

Navigatie
Informatie en hulp
Wijzigingen
Hulpmiddelen
Dit onderwerp in
.