Tweede Wereldoorlog

Uit WikiWeet

Ga naar:navigatie, zoeken
Fairytale bookmark.png Dit is een Hall of Fame artikel!

De Tweede Wereldoorlog is een oorlog die bijna over de hele wereld werd bevochten. Deze oorlog vond plaats van 1939 tot 1945. Er waren twee "partijen": namelijk de "asmogendheden" (Duitsland, Italië en Japan) en de geallieerden (onder meer Groot-Brittannië, Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (tegenwoordig Rusland)).


Inhoud

[bewerken] Oorzaken

Er worden een heleboel oorzaken genoemd voor de Tweede Wereldoorlog. Maar of die oorlog ook zou zijn ontstaan zonder die oorzaken, zullen we wel nooit weten. Meest genoemd worden als oorzaak:

Europa

Azië

[bewerken] Oorlog in Europa

[bewerken] 1939

Adolf Hitler

In Duitsland was in 1933 Adolf Hitler aan de macht gekomen, de leider van de nationaal-socialistische partij, de NSDAP (vaak "nazi's" genoemd). Hij regeerde met harde hand. Politieke tegenstanders, vooral communisten, werden opgesloten. Hij had een grote hekel aan Joden. Joodse burgers werden in de eerste jaren van zijn regeerperiode het leven zuur gemaakt, maar later werden ze afgevoerd naar speciale werkkampen en concentratiekampen, waar miljoenen Joden omkwamen.

Het hoofddoel van Hitler was het heroveren van de gebieden, die de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog (Engeland, Frankrijk) van Duitsland hadden afgepakt. Dat waren de Duitse koloniën in Afrika en gebieden langs de Duitse grenzen in Europa. Aan Afrika dacht hij voorlopig niet. Stukje bij beetje probeerde hij voormalig Duits gebied in Europa terug te krijgen. Hij begon met gebied, dat nooit bij Duitsland had gehoord: Oostenrijk en Tsjechië. Engeland en Frankrijk zeiden wel dat het niet mocht, maar ze deden verder niets, toen Hitler beloofde dat het daarbij zou blijven.

Toch gebeurde dit wel! Hitler wilde nu gebied in Polen, dat vroeger van Duitsland was, en dat het door de vrede, die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog met de geallieerden had gesloten, had moeten afstaan, heroveren. Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen. Engeland en Frankrijk eisten van Duitsland, dat het zijn troepen onmiddellijk terugtrok. Maar Hitler was dat niet van plan. Daarop verklaarde Engeland, en enkele uren later Frankrijk, op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland. De Tweede Wereldoorlog was begonnen!

Duitsland trok Polen binnen maar hield halverwege halt, Rusland bezette namelijk de andere helft van Polen. Het bleek dat Duitsland in het geheim een verbond met zijn aartsvijand Rusland had gesloten, dit kwam als een donderslag bij heldere hemel aan bij Engeland en Frankrijk. Ze dachten Rusland als bondgenoot tegen Duitsland te kunnen inpalmen.

[bewerken] 1940

De stad Rotterdam werd zwaar gebombardeerd door de Duitsers

[bewerken] De aanval op het westen

In de winter van 1939 op 1940 gebeurde er niet veel bijzonders. Maar in april 1940 werden Denemarken en Noorwegen door Duitsland aangevallen en bezet. Terwijl de strijd in Noorwegen nog tot juni 1940 doorging, begon op 10 mei 1940 een enorme Duitse aanval op West-Europa. Nederland werd al spoedig onder de voet gelopen en capituleerde (gaf zich over) op 14 mei. België hield het langer uit; tot 28 mei. Ten slotte moest Frankrijk eraan geloven. Wat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog in vier jaar niet was gelukt, lukte nu in evenveel weken: op 14 juni werd Parijs door de Duitsers bezet. Op 25 juni 1940 moest Frankrijk de wapenstilstand tekenen. Dat gebeurde in dezelfde spoorwagon waar Duitsland die vernedering in 1918, aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, had moeten ondergaan. Inmiddels had ook Duitslands bondgenoot, Italië, op 10 juni aan Frankrijk de oorlog verklaard.

[bewerken] De slag om Engeland

Londen werd ook zwaar gebombardeerd

Maar hoe zat het nu met Engeland, die andere grote overwinnaar van de Eerste Wereldoorlog? Tussen Engeland en Frankrijk lag de zee, en de Duitse vloot was niet zo sterk als de Engelse. De Duitsers begonnen nu met hun luchtmacht, de "Luftwaffe", Engelse steden te bestoken. Het regende bommen op Londen. Weliswaar lang niet zoveel, als er later op Duitsland zouden worden gegooid, maar daar had de Engelse bevolking natuurlijk geen boodschap aan. Die moest schuilen in de schuilkelders of in de ondergrondse tunnels van de metro.

Winston Churchill, de Britse (Britse wil zeggen van Groot-Brittannië) premier, praatte de bevolking moed in. Bij deze "Slag om Engeland", die op 10 juli 1940 was begonnen, zette Duitsland 3200 vliegtuigen in. De Engelse "RAF" (Royal Air Force, dus Koninklijke Luchtmacht) had er maar 1350, nog niet eens de helft. Maar verweerde zich kranig. En in oktober 1940 gaf Hitler het op, ook al gingen de Duitse bombardementen nog tot in 1941 door. Churchill sprak de historische woorden: "Nooit tevoren in de geschiedenis van de strijd der volkeren zijn zo velen zoveel verschuldigd geweest aan zo weinigen."

[bewerken] 1941

Duitse soldaten in de straten van Parijs

Nadat Frankrijk was verslagen, maar Engeland tegen alle verwachting in had standgehouden, richtte Hitlers blik zich naar Zuidoost-Europa. Daar was Duitslands bondgenoot Italië zonder succes Griekenland binnengevallen, maar al spoedig verdreven en Duitsland moest bijspringen. Bulgarije werd een nieuwe Duitse bondgenoot, evenals Hongarije, Slowakije en Roemenië. Hitler wilde graag dat ook Joegoslavië (nu uiteengevallen in diverse staten zoals Servië en Kroatië) meedeed, maar daar vond een staatsgreep plaats door officieren die tegen Duitsland waren. Hitler besloot toen maar de hele Balkan aan te pakken. Joegoslavië en Griekenland moesten al spoedig (april 1941) capituleren. Het vasteland van Europa was grotendeels onder Duitse controle en Hitler was op dat moment in feite de machtigste man van de wereld.

Een geloof of politieke overtuiging waar Hitler niets van moest hebben, was het communisme, volgens hem een Joodse uitvinding. Verblind door alle succes, besloot hij Rusland, ook de Sovjet-Unie genoemd, het bolwerk van het communisme, aan te vallen. En dat, terwijl hij in 1939 juist een verbond met Rusland had gesloten. Het zou een noodlottige vergissing blijken, maar er waren vier jaar voor nodig om daar achter te komen.

Op 22 juni 1941 viel Duitsland met een enorme legermacht Rusland aan, samen met troepen van de Duitse bondgenoten. Totaal werden 3 miljoen man ingezet, met steun van 4000 vliegtuigen en 3000 tanks. De Duitsers maakten al snel grote vorderingen, hoewel minder snel dan ze gedacht hadden. In oktober 1941 stonden ze voor Moskou en Leningrad, de twee grootste Russische steden. Duitse soldaten schuilden tegen de regen in bushokjes van het Moskouse openbaar vervoer en bij Leningrad konden ze in de verte de gouden koepel van de St. Izaakskathedraal zien, zo dichtbij waren ze. Maar Moskou en Leningrad zelf konden ze door taai Russisch verzet niet veroveren. Ook omdat de gevreesde Russische winter al vroeg inviel.

[bewerken] 1942

Duitse infanterie in de aanval tijdens "Operatie Barbarossa", de Duitse aanval op Rusland
In 1942 ging de Duitse opmars in Rusland door. Grote delen van Rusland waren inmiddels door Duitsland bezet en onder Duits bestuur geplaatst. Omdat Leningrad in het noorden en Moskou in het centrum maar niet ingenomen konden worden, richtte de Duitse aanval zich op het zuiden van Rusland, de Kaukasus werd bereikt en in het najaar stonden de Duitsers voor Stalingrad aan de Wolga. Was Stalingrad eenmaal ingenomen, dan zou de Russische weerstand definitief gebroken zijn, zo was de verwachting. Maar het zou het keerpunt in de oorlog worden. Midden november 1942 begonnen de Russen met een groot tegenoffensief.

[bewerken] 1943

Na een wekenlange verschrikkelijke strijd tussen Duitsers en Russen moest het 6de Duitse leger onder generaal v. Paulus op 31 januari 1943 bij Stalingrad capituleren. Niet dat de oorlog nu gelijk afgelopen was, maar de Duitsers moesten langzaam terugtrekken. Bij Koersk in Midden-Rusland vond een volgende, waarschijnlijk definitieve beslissing plaats. Duizenden Duitse en Russische tanks vochten hier in de zomer van 1943 een tankslag uit. Vanaf dat moment was er sprake van een Russische opmars en een Duitse terugtocht.

Ook elders in Europa gingen de geallieerden in de aanval. De Amerikanen, die al sinds 1941 bij de oorlog waren betrokken, landden met de Engelsen in juli 1943 in Zuid-Italië en rukten naar het noorden op. De Italianen waren al gauw om. Mussolini werd afgezet en in september 1943 werd een wapenstilstand met de geallieerden gesloten. In oktober verklaarde Italië (net als in de Eerste Wereldoorlog, na eerst bondgenoot te zijn geweest) Duitsland de oorlog. Maar de Duitsers wisten Mussolini te bevrijden zodat deze nog in Noord-Italië, in het zadel gehouden door de Duitsers, een fascistische republiek mocht leiden. De Duitsers zelf boden nog tot half 1944 in Midden-Italië verbitterd weerstand. In juli 1944 konden de geallieerden Rome binnentrekken. Pas even voor het einde van de oorlog werd het Duitse front in Italië doorbroken. Mussolini werd in april 1945 door partizanen (verzetsstrijders) gevangen genomen en opgehangen.

Maar ook in Duitsland zelf was het allesbehalve rustig. Geallieerde luchtaanvallen, die al in 1940 waren ingezet, maar steeds in omvang toenamen, veranderden Duitse steden langzaam in puinhopen. In totaal gooiden de Engelsen en Amerikanen 2 miljoen ton bommen op Duitsland en bezet Europa (de Duitsers zelf op Engeland 56.000 ton). Massale bombardementen op open Duitse steden zorgden voor een verschrikkelijke slachting. Het is altijd de gewone bevolking, die uiteindelijk de rekening voor de machtswellust van de politiek gepresenteerd krijgt.

[bewerken] 1944 / D-Day

"D-Day", de geallieerde invasie op het strand van Normandië, 6 juni 1944. De voorwerpen in de lucht zijn sperballons
Was Stalingrad in het oosten het keerpunt van de oorlog, in het westen zou dat de geallieerde invasie van Normandië worden. Op 6 juni 1944 landde bij het plaatsje Caen aan Het Kanaal (de zeestraat tussen Engeland en Frankrijk) een enorme geallieerde strijdmacht, die van Engeland was overgestoken, en al spoedig een bruggenhoofd vormde. De door Duitsland langs de hele westkust van Europa aangelegde "Atlantikwall", een verdedigingslinie van bunkers, werd doorbroken. Een vloot van zes slagschepen en 22 kruisers zette in een paar uur tijd 175.000 man, 600 tanks en 1800 kanonnen, munitie en voorraden aan land. De door de geallieerden veroverde kuststrook breidde zich als een inktvlek uit. Noord–Frankrijk was binnen een maand veroverd. In het zuiden, bij de Rivièra, werd op 15 augustus 1944 een tweede geallieerde invasie uitgevoerd. Drie maanden na "D-Day" (Decision-Day, de dag van de beslissing, de invasie in Normandië) was Frankrijk in geallieerde handen.

De verwachting, dat de oorlog in het westen al in de nazomer van 1944 zou zijn afgelopen, kwam echter niet uit. Begin september was België al gedeeltelijk bevrijd en waren de geallieerden tot aan de Duitse grens genaderd. Ze wilden doorbreken naar het hart van Duitsland. Maar een grootscheepse Britse luchtlanding bij Arnhem in de rug van de Duitse troepen mislukte volkomen en de Britten moesten zich na 9 dagen van zware gevechten terugtrekken. Zuid-Nederland werd bevrijd, maar het westen bleef bezet en verstoken van brandstof en voedsel, de periode die bekend staat als de Hongerwinter.

Aan het oostfront werden de Duitsers door de Russen steeds verder in de richting van hun eigen oostgrens teruggedrongen. Andere Russische troepen trokken op naar de Balkan. Bij de nadering van de Russen verklaarden de Duitse bondgenoten Roemenië en Bulgarije Duitsland de oorlog. De Balkan viel voor de Duitsers niet meer te verdedigen en ze trokken zich terug uit Griekenland en Joegoslavië. In Hongarije werd echter nog lang doorgevochten.

[bewerken] 1945 / De Duitse ineenstorting

thumb|300px|De restanten van de Duitse stad Dresden na geallieerde bombardementen. De luchtaanvallen op Duitse steden vergden honderdduizenden slachtoffersIn december 1944 ontwikkelden de Duitsers een laatste wanhoopsoffensief in de Ardennen en maakten snel vorderingen. Rond Kerstmis 1944 werd de situatie voor de geallieerden kritiek, maar hun verdediging wist stand te houden en uiteindelijk wisten ze de "Battle of the Bulge" in hun voordeel te beslissen. In februari 1945 drongen ze in Duitsland zelf door. In maart staken de Amerikanen de Rijn over. In het noorden rukten de Britten op naar Hamburg. Op 25 maart maakten de Amerikanen contact met de eerste Russische troepen.

Begin 1945 rukten de Russen verder op in Polen en veroverden Warschau, de Poolse hoofdstad. In februari drongen ze de Duitse provincie Silezië binnen. Danzig aan de Oostzee werd 30 maart veroverd en Wenen 13 april. Eind april naderden de Russen Berlijn terwijl de Britten en Amerikanen uit het westen aanvielen. Zo werd de Duitse hoofdstad van alle kanten ingesloten. Hitler, die in zijn Berlijnse bunker tot op het laatst nog op een wonder had gehoopt, pleegde op 30 april 1945 zelfmoord. Op 5 mei 1945 capituleerden de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Nederland en Denemarken, op 7 mei ondertekenden de Duitsers in Reims (Frankrijk) de onvoorwaardelijke capitulatie en om middernacht, 8 mei 1945, ging de wapenstilstand in.

De oorlog in Europa was geëindigd.

[bewerken] De strijd ter zee

Het Duitse slagschip "Bismarck" dat in 1941 bij IJsland de Britse slagkruiser "Hood" tot zinken bracht
De Royal Navy (de Britse marine) was bijna 150 jaar de baas op zee en had de grootste marine van de wereld. In de Eerste Wereldoorlog had Duitsland ook een grote vloot, maar die was het door het vredesverdrag aan het eind van die oorlog (Verdrag van Versailles) kwijtgeraakt. En nieuwe grote oorlogsschepen mocht het niet bouwen. Toen Hitler aan de macht kwam was de tijd van grote slagschepen door de opkomst van het "luchtwapen" (vliegtuigen) eigenlijk al voorbij. Bovendien zag Hitler zelf ook weinig in een sterke marine. Desondanks ontvouwde admiraal Erich Raeder, sinds 1935 opperbevelhebber van de de Duitse "Kriegsmarine", in 1937 een ambitieus plan ("Z-Plan") voor uitbouw van de vloot, waar echter door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 niets van terechtkwam (wel werd nog de bouw van de slagkruisers Scharnhorst en Gneisnau (1938/39) en de slagschepen Bismarck en Tirpitz (1940/41) gerealiseerd) zodat (zoals in de Eerste Wereldoorlog) alle kaarten op de bouw van onderzeeboten werden gezet als wapen tegen de de Britse marine en handelsvaart en als mogelijk blokkademiddel. Het succes was wisselend, ook door de verbeterde geallieerde opsporingsmethodes. Tussen 1939 en 1945 werden 1162 Duitse onderzeeboten gebouwd waarvan er 784 verloren gingen.

[bewerken] De strijd in Noord-Afrika

De Duitse generaal Erwin Rommel (midden) en zijn staf tijdens de operaties in Noord-Afrika
De politiek van de Duitse bondgenoot Italië was erop gericht om te heersen over de Middellandse Zee. Dat betekende dat Italië het vooral in Afrika voor het zeggen moest krijgen.

Maar ijzervreters waren de Italianen niet. Ze waren gestoken in de mooiste uniformen, maar anders dan de geduchte Duitsers, die voor niets en niemand uit de weg gingen, poetsten de Italianen al bij het horen van een verwijderd pistoolschot de plaat. En in de Middellandse Zee was het al niet anders. Ze beschikten over de modernste slagschepen, waarvan de vormgeving al een lust voor het oog was, maar als een roestig Engels oorlogsschip een schot loste, braken ze het gevecht af en gingen er vandoor.

Zo was het ook met hun avonturen in Afrika. De Britten hadden begin 1941 weinig moeite om de Italiaanse koloniën in Afrika: Eritrea, Somaliland en het kort geleden bezette Ethiopië in bezit te nemen. En nu trokken ze uit Egypte ook nog Libië binnen, zodat ook dat voor de Italianen verloren dreigde te gaan. Duitsland begreep, dat er wat moest gebeuren. Hitler stuurde een van zijn beste generaals, Erwin Rommel, met een aantal ervaren legereenheden naar Libië om orde op zaken te stellen. Zo werd Duitsland onbedoeld betrokken bij de oorlog in de woestijn van Noord-Afrika.

In de Libisch-Egyptische woestijn golfde in 1941/42 de strijd tussen Duitsers en Italianen aan de ene kant en de Engelsen aan de andere, heen en weer. De bekwaam door Rommel – de "woestijnvos", door de Britten gevreesd en zelfs gewaardeerd – geleide Duitse troepen bedreigden het Suezkanaal zodat de geallieerden vreesden voor aan aanval op het Midden-Oosten met zijn olierijkdommen. Hitler zelf droomde wellicht al van contact met de Duitse troepen in de Kaukasus om de ring te sluiten.

Evengoed bleef Afrika in verband met de strijd aan het Oostfront tweede keus voor de Duitsers. En de Britten wisten in de Middellandse Zee menig transport voor Rommels "Afrikakorps" tot zinken te brengen. In de zomer en het najaar van 1942 brachten ze aanzienlijke versterkingen over naar Egypte, over welke het bevel werd gevoerd door generaal Bernard Montgomery, die beroemd zou worden door de houtje-touwtje-jas, de "montycoat". Eind oktober 1942 begon deze strijdmacht een vernietigend bombardement op Rommels stellingen bij El Alamein aan de Egyptisch-Libische grens en na een strijd van 14 dagen moesten de Duitsers terugtrekken en ging het initiatief definitief op de Britten over.

Een nieuw gevaar voor de Duitsers ontstond toen in november 1942 de Amerikanen grote troepeneenheden aan land zetten in Marokko en Algerije, zodat de Duitse en Italiaanse troepen nu van twee kanten bedreigd werden. In de winter van 1942/43 werd het geallieerde overwicht hen te machtig en op 12 mei 1943 capituleerden de laatste Duits-Italiaanse troepen in Tunis.

[bewerken] De strijd in de Stille Oceaan

De atoombom op Nagasaki ( 9 augustus 1945)

Aan de andere kant van de aardbol ging de strijd tussen die andere bondgenoot van Duitsland en Italië, Japan, dat vier jaar lang probeerde zich de Verenigde Staten van het lijf te houden. De Amerikanen hadden met lede ogen aangezien dat Japan in 1937 delen van China bezette. In 1940 leek het de Britse, Franse en Nederlandse koloniën in Zuidoost-Azië te gaan bedreigen. Vanuit Japans standpunt kun je je inderdaad afvragen wat al die "buitenlanders" in die regio te zoeken hadden. Of zoals Hitler schreef aan de Franse premier, toen de Duitsers Polen bedreigden, waar deze zich eigenlijk mee bemoeide? Polen was immers ver van diens bed?

Hoewel Amerika 75 percent van de wapenleveranties aan Japan voor zijn rekening nam, was het toch bezorgd over de Japanse bedoelingen. Om de Japanners te dwingen hun expansiepolitiek op te geven zette het deze leveranties stop, waardoor de spanningen tussen beide landen echter toenamen. Onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Japan, waarbij Amerika eiste dat Japan zich uit China zou terugtrekken, leken op niets uit te lopen en de onderlinge standpunten leken te verharden.

Tijdens die besprekingen, op 7 december 1941, vielen de Japanners volkomen onverwacht de belangrijkste Amerikaanse vlootbasis aan die in de Stille Oceaan lag. Dat was Pearl Harbour, op het eiland Hawai. Met 432 vliegtuigen brachten ze het ene na het andere oorlogsschip tot zinken. De Amerikaanse marine was voorlopig uitgeschakeld en de Japanners konden nu ongehinderd hun veroveringen in Zuid-Oost-Azië uitbreiden: in korte tijd bezetten ze de Philippijnen en Malakka met de belangrijke basis van de Engelse marine Singapore. Ook Hongkong, Nederlands-Indië, Thailand en een deel van Birma (wordt nu Myanmar genoemd) werden al snel ingenomen. Verder bedreigden de Japanners Brits-Indië en Australië. Deze successen waren haast nog groter dan die van Hitler.

Japan verwachtte dat Amerika (en in mindere mate Engeland) zich de moeite wel zou besparen, zo het daar al toe in staat was, om al deze gebieden te heroveren. Maar dat bleek al gauw een misrekening. Vooral in Amerika had de verraderlijke aanval op Pearl Harbour grote verontwaardiging gewekt. Overigens is wel eens gesteld, dat Amerika voorzorgsmaatregelen ter beveiliging van Pearl Harbour met opzet achterwege had gelaten om het Amerikaanse volk "oorlogsbereid" te maken, maar dat is een andere discussie. In ieder geval eiste men in Amerika een krachtdadig optreden tegen Japan. Eigenlijk stond de uitslag van die confrontatie bij voorbaat vast: de Amerikaanse productiecapaciteit was 10 maal zo groot als die van Japan.

In de tijd dat de strijd in Rusland hoog oplaaide, bouwden de Amerikanen in de Stille Oceaan een geweldig oorlogsapparaat op. In de zomer van 1942 landden ze op de Salomonseilanden. Feitelijk sprongen ze van eiland naar eiland, waarbij hun vliegdekschepen de rol van mobiele steunpunten vervulden. In de Slag in de Koraalzee en de Slag bij Midway (mei/juni 1942) werd het Japanse offensief op zee gestuit. In 1943 en vooral in 1944 kwam er echt vaart in de Amerikaanse opmars. Ze bereikten de Marshall-Eilanden, Saipan en Guam ondanks felle tegenstand van de fanatieke Japanners. Hun positie was nu sterk genoeg om de Philippijnen, die ze in 1942 aan de oppermachtige Japanners hadden moeten afstaan, te heroveren. Daarmee zou de verbinding met Nederlands-Indië, waar de Japanners hun meeste grondstoffen vandaan haalden, worden afgesneden.

In oktober 1944 voerden de Amerikanen een grootscheepse landingsoperatie uit op Leyte, een eiland in de Philippijnse archipel. Het hoogtepunt van de strijd was de Slag in de Golf van Leyte, een over verscheidene dagen verspreide gecombineerde lucht- en zeeslag, en de op één na grootste zeeslag in de geschiedenis. Het werd een Amerikaanse overwinning: 300.000 ton aan schepen en 600 vliegtuigen gingen voor Japan verloren. Het zou de nekslag voor de Japanners zijn. Hierna moesten ze zich beperken tot defensieve acties en wanhoopsdaden zoals kamikazeaanvallen.

De strijd bewoog zich nu steeds meer naar het Japanse moederland toe. Verbitterde gevechten werden geleverd om de eilanden Iwo Jima en Okinawa. De Japanners vochten zich liever dood dan zich over te geven. Om Okinawa werd drie maanden (april-juni 1945) gevochten, 110.000 Japanners werden gedood. De Japanse vloot was vrijwel weggevaagd. Maar een onvoorwaardelijke capitulatie werd desondanks door de geallieerden niet verwacht. Een invasie van Japan zelf zou voor de geallieerden grote offers eisen en men besloot tot het inzetten van een nieuw, in het diepste geheim ontwikkeld wapen: de atoombom.

Op 6 augustus 1945 werd de eerste atoombom afgeworpen op de Japanse stad Hiroshima, die 130.000 mensen het leven kostte; op 9 augustus een volgende op Nagasaki, wat nog eens 100.000 slachtoffers eiste. De volgende dag besloot de Japanse regering tot capitulatie, die op 2 september 1945 werd ondertekend. De Tweede Wereldoorlog was definitief geëindigd.

[bewerken] De oorlogstribunalen

Na de oorlog werden door de overwinnaars (Engeland, Frankrijk, Amerika en Rusland) speciale rechtbanken ("oorlogstribunalen") opgericht. In Neurenberg en Tokio werden rechtzaken gevoerd tegen de leiders van de verliezers (Duitsland en Japan). Velen van hen werden ter dood veroordeeld.

[bewerken] De Holocaust

Een triest dieptepunt in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog was de jodenvervolging, of, zoals men tegenwoordig vaak zegt, de "Holocaust". In elk land dat Duitsland bezet hield pakte de Gestapo (Duitse geheime politie) Joden op en deporteerde ze naar zogeheten concentratiekampen, waar de meesten onder barre omstandigheden om het leven kwamen. Ook anderen, zoals gehandicapten en zigeuners werden als "Untermenschen" (minderwaardige mensen) beschouwd en vaak zonder pardon omgebracht. Slechts een enkeling wist deze hel te overleven. Honderdduizenden werden het slachtoffer.

[bewerken] De gevolgen van de oorlog

[bewerken] Bezet

Japan bleef tot 1952 bezet en West-Duitsland tot 1994. Oost-Duitsland tot 1994, omdat de Russen daar pas vertrokken toen ze door het inmiddels herenigde Duitsland waren "uitgekocht". Italië werd niet bezet, omdat dat land tijdens de oorlog was overgelopen naar de kant van de geallieerden.

[bewerken] Verliezen

Het totale aantal slachtoffers, zowel militairen als burgers, loopt – al naar gelang de gehanteerde schatting - uiteen van ca. 50 tot ca. 70 miljoen.

[bewerken] De wereldmacht

Na de Tweede Wereldoorlog werd de verdeling van de macht in de wereld anders. Tot voor de oorlog was Groot-Brittannië het machtigste land van de wereld geweest maar nu werd die positie overgenomen door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Navigatie
Informatie en hulp
Wijzigingen
Hulpmiddelen
.